![]()
|
In 1994 hebben enkele Amsterdamse basisscholen het besluit genomen een
kunstmagneetschool te worden. Eén van die scholen was de Pieter Jelles Troelstraschool. De andere scholen zijn:
Later is hier nog de Oscar Carréschool bijgekomen. |
![]()
| Inhoud |
|
|
Inleiding De gedachte achter een magneetschool is het "aantrekken van leerlingen" door middel van een extra profilering. De genoemde Amsterdamse basisscholen hebben als profiel de kunstvakken gekozen. Door extra aandacht te besteden aan deze vakken, wordt de school aantrekkelijker voor de leerlingen. Ook voor de Pieter Jelles Troelstraschool is het aantrekken van extra leerlingen heel belangrijk geworden (zie ook Inschrijvingen). Maar wij concentreren ons liever op het verbeteren van het klimaat binnen de school en het optimaliseren van ons onderwijs. We doen dat met de kunstvakken: muziek, beeldende vorming, en dans. Hoewel elke leerkracht in het basisonderwijs is opgeleid in het geven van deze vakken, zijn wij er van overtuigd, dat speciaal opgeleide vakdocenten dit nog veel beter kunnen. Natuurlijk kan een groepsleerkracht worden "bijgeschoold", maar daarmee haal je niet het niveau dat een vakdocent bereikt na vele jaren studie! Bovendien laten we ons liever bijscholen in de cognitieve vakken (zoals: rekenen, lezen, taal, aardrijkskunde en geschiedenis). Juist op die gebieden is het onderwijs zo aan het veranderen, dat bijscholing noodzakelijk is. In de schoolgids (zie ook De schoolgids in pdf-formaat) wordt precies omschreven, hoe deze kunstvakken gegeven worden. Hieronder een korte omschrijving: Muziek Het belangrijkste onderdeel van het muziekonderwijs is het zingen. In alle groepen krijgen de kinderen zangles van de muziekdocent. De jongste kinderen (groep 1 en groep 2) krijgen deze lessen in de kleutergymzaal. De lessen sluiten aan bij de thema's, die in de klas behandeld worden. Het zingen wordt ondersteund door bewegen, spel, gebruik van concrete materialen, etc. Vanaf groep 3 zingen de kinderen in een koor. Elk koor is samengesteld uit de kinderen van twee groepen. De kinderen krijgen wekelijks een half uur les, of eens in de twee weken een uur. De muziekdocent begeleidt het zingen op de gitaar. De kinderen leren niet alleen Nederlands repertoire, maar ook liedjes in andere talen. In de hogere groepen zingen ze zelfs twee- of meerstemmig. In groep 5 en 6 krijgen de kinderen ook instrumentale oriëntatie. Van vier instrumentalisten krijgen zij les op blokfluit, keyboard, cello en djembee. De bedoeling van deze lessen is, dat de kinderen kennismaken met de verschillende soorten muziekinstrumenten (blaas-, toets-, snaar- en slaginstrumenten). De lessen zijn oriënterend, d.w.z. de kinderen ervaren hoe het is om op zo'n instrument te spelen. Kinderen ontdekken bij zichzelf welk instrument ze leuk vinden en de docent ziet, wie er aanleg heeft om op een bepaald instrument verder te gaan. We hopen in de toekomst de kinderen, die dat willen, in staat te stellen op school les te nemen. In groep 7 en 8 spelen alle kinderen in een orkest. De muziekdocent geeft les aan groepjes van 10 tot 15 kinderen. Ze spelen daarbij op alle instrumenten van de instrumentale oriëntatie, en op xylofoons, trommels, gitaren en basgitaren, de piano of hun eigen muziekinstrument. Beeldende vorming Vroeger had bijna elke openbare lagere school in Amsterdam een leerkracht beeldende vorming. We noemden hen de handwerkjuf. Een verkeerde naam, want wat zij de kinderen leerden ging veel verder dan haken, breien of punniken. De kinderen werkten in die "handwerklessen" ook met andere materialen dan textiel en met andere gereedschappen dan naald en draad. Op de Pieter Jelles Troelstraschool hebben we al weer vele jaren een vakleerkracht beeldende vorming. De kinderen leren - zowel in het platte vlak als ruimtelijk - werken met verschillende materialen en gereedschappen. Naast de creatieve werkvormen wordt ook aandacht besteed aan kunst- en cultuurbeschouwing en inleving in de onderwerpen. Bij de keuze van onderwerp, werkvorm en materiaal wordt ook gekeken naar zaken als: de belevingswereld van het kind, de thema's, die in de klas aan de orde komen (op het gebied van taal, wereldoriëntatie ed.) en de uitdaging van het materiaal. Dat we de kunstvakken serieus nemen, mag ook blijken uit de vastlegging van de ontwikkeling van elk kind en van de hele groep. We zijn bezig een systeem op te zetten, waarbij de vorderingen worden vastgelegd. Dat zal ons tevens de mogelijk geven de ouders goed te informeren over de ontwikkeling van hun kinderen. De bevo-leerkracht is vier dagen per week op school aanwezig; zij geeft les aan alle groepen. Dans Alle kinderen in de groepen 1 tot en met 4 en 7 en 8 krijgen les van de dansdocent. Per jaar krijgen ze ongeveer tien lessen van een half uur (groepen 1 en 2) of 45 minuten (groepen 3, 4, 7 en 8). Het gaat hierbij niet om balletles, maar om dansexpressie. Aan de hand van muziek, een thema, een situatie of een verhaal worden de kinderen uitgedaagd te bewegen. In het begin doen de kleuters dat individueel, maar al doende leren ze dat samen met anderen te doen. Zo leren ze:
Het is geweldig om te zien hoe kinderen zich in deze lessen ontwikkelen. Zijn ze in het begin soms nog wat verlegen, in de loop van de lessen worden ze steeds vrijer en bewegen ze zich steeds gemakkelijker. Dit is erg belangrijk voor hun persoonlijkheidsvorming. Presentatie Alle genoemde lessen zijn gericht op verkennen, leren, je ontwikkelen en verhogen van je eigen vaardigheden. Maar we willen ook graag, dat de kinderen laten zien wat ze geleerd hebben. Daarom nodigen we de ouders regelmatig uit voor een presentatie. Dat kan in de vorm van een tentoonstelling, een openbare les of een voorstelling. Dit gebeurt meestal onder schooltijd. Soms is het voor ouders moeilijk zich vrij te maken, maar het is voor de kinderen erg belangrijk, dat hun ouders komen kijken. Omdat we ook willen dat kinderen zien wat anderen - kinderen en volwassenen - presteren, bieden we voorstellingen aan. Daarvoor gaan we naar theater, concertzaal, atelier of museum, of we laten een gezelschap op school komen. Zo leren we de kinderen waardering te krijgen, voor de kunstzinnige prestaties van anderen. |
![]()